Algemeen

Onder kleine marterachtigen worden wezel, hermelijn en bunzing verstaan. Deze maken onderdeel uit van de familie marters. Deze is een grote soortgroep die wijd verspreid is. Ze komen voor in zeer verschillende gebieden maar hebben allemaal, min of meer, eenzelfde lichaamsbouw.

In Nederland komen das, boommarter, steenmarter, otter, wezel, hermelijn en bunzing voor. De das doet het relatief goed, de steenmarter rukt verder op naar het westen, de boommarter duikt op steeds meer plaatsen op en ook de otter verspreidt zich. De wezel, hermelijn en bunzing doen het echter een stuk slechter.

Er zijn nog geen goede telgegevens van de wezel, hermelijn en bunzing. Hoeveel er zijn, waar ze zijn en wat de trend is, is dan ook niet echt bekend. Het is wel duidelijk dat het niet goed met ze gaat. Zo is de prooibasis voor woelmuizenspecialisten als de wezel en hermelijn over de jaren sterk afgenomen. Het konijn als belangrijke prooisoort voor de hermelijn en bunzing laat nog steeds een moeizaam herstel zien, na instorting van de populatie. Daarnaast zijn landschapsversnippering door drukke wegen, voortschrijdende intensivering van de landbouw en het gebruik van nieuwe rodenticiden (producten die worden gebruikt voor het bestrijden van onder andere muizen, ratten en mollen) mogelijk bedreigende factoren voor kleine marterpopulaties.

Advertenties